Een inactieve BV opheffen is minder complex dan wordt gedacht. Om een BV op te heffen zijn er feitelijk maar twee stappen nodig: ontbinden en liquideren. Hiervoor hoeft men niet naar de notaris en hoeft ook geen jurist of fiscalist geraadpleegd te worden. Indien de BV simpelweg geen baten en/of vermogensbestandsdelen meer heeft, komt de BV in aanmerking voor turboliquidatie. Dit is een zeer snelle methode om de BV op te heffen.

Om tot liquidatie te komen, dient er een besluit tot ontbinding van de BV te worden genomen en de BV dient te worden uitgeschreven bij de KvK. Turboliquidatie.nl heeft hiervoor de 100% juridisch correcte formulieren voorbereid en een eenvoudig intakeformulier ontworpen om dit snel en eenvoudig uit te voeren.

Doe nu de vrijblijvende intake.

Een turboliquidatie is een snelle manier om een vennootschap, zoals een BV of Stichting per direct te ontbinden en te liquideren. Het besluit tot ontbinding van de vennootschap door middel van een turboliquidatie dient door de Algemene Vergadering (van aandeelhouders) te worden genomen. Door het nemen van het besluit houdt de vennootschap in principe direct op te bestaan, indien de vennootschap geen baten meer heeft. Wel moet de liquidatie nog bij de Kamer van Koophandel in het handelsregister worden ingeschreven.

Wat zijn de voorwaarden voor een turboliquidatie?

Voor een turboliquidatie mogen er op het moment van ontbinden (lees: het moment waarop de algemene vergadering het besluit tot ontbinding neemt) geen baten meer aanwezig zijn of te verwachten zijn. Onder baten worden hierbij verstaan: alle activa op de balans van de vennootschap, zoals bezittingen, liquide middelen en vorderingen.

De vennootschap mag niet vlak voor de turboliquidatie selectief betalingen aan bepaalde schuldeisers verrichten om de baten te laten verdwijnen. Ook moeten de doorlopende verplichtingen (zoals huurovereenkomsten en arbeidsovereenkomsten) op de juiste wijze zijn beëindigd.

Indien er op het moment van de ontbinding nog wel baten aanwezig zijn in de vennootschap kan de turboliquidatie niet doorgaan. Het vermogen van de vennootschap moet dan worden vereffend. Als op dat moment van vereffening wordt afgezien, maar ook niet langer wordt voldaan aan bijvoorbeeld de publicatieverplichtingen, kan dit tot bestuurders-aansprakelijkheid leiden.

Voordeel van turboliquidatie

Het voordeel van de turboliquidatie is dat een vennootschap snel kan worden afgewikkeld zonder dat een vereffenaar moet worden benoemd en de procedure van ontbinding daardoor kosten bespaard. In principe vindt de feitelijke afwikkeling van baten en schulden plaats, voordat het besluit tot ontbinding wordt genomen.

In tegenstelling tot een (traditionele) ontbindingsprocedure middels vereffening van het vermogen van de vennootschap is het bij een turboliquidatie niet vereist dat deze vereffening en het plan daartoe wordt gepubliceerd in een landelijk dagblad. Een ander voordeel daarvan is dat ook de periode van twee maanden na de publicatie niet afgewacht dient te worden, voordat de verklaring van non-verzet kan worden opgevraagd. Bij een (traditionele) ontbindingsprocedure door vereffening moeten dus meer stappen worden genomen, waardoor deze procedure duurder is en meer tijd in beslag neemt.

Een turboliquidatie met schulden, kan dat?

Jazeker, dat kan mits er alleen schulden en helemaal geen baten meer in de vennootschap aanwezig zijn. Het aanvragen van het faillissement zou in zo’n geval vrij zinloos zijn, omdat de curator dan bij gebrek aan baten direct tot opheffing van het faillissement zou overgaan.

In dit soort gevallen worden schuldeisers vaak benadeeld. Voor hen is moeilijk te beoordelen of het bestuur van de vennootschap voorafgaand aan de turboliquidatie wel behoorlijk heeft gehandeld. De procedure van de turboliquidatie is namelijk, in tegenstelling tot een faillissement, weinig transparant. Schuldeisers kunnen dan alsnog het faillissement van de vennootschap aanvragen. De schuldeisers moeten wel voldoende aannemelijk maken dat er een (potentiële) bate is of was. Daarnaast hebben de schuldeisers de mogelijkheid om de (voormalig) bestuurders aansprakelijk te stellen wegens onrechtmatige daad. De schuldeiser moet dan aantonen dat hij schade heeft geleden omdat het bestuur voor een turboliquidatie heeft gekozen en in een faillissement er wel een kans op betaling aanwezig zou zijn geweest.

Indien er wel baten aanwezig zijn, maar de schulden hoger zijn, kan er niet tot turboliquidatie worden besloten. In dat geval moet er een crediteurenakkoord worden getroffen of het faillissement worden aangevraagd. Als dit niet gebeurt en toch tot een turboliquidatie wordt besloten, kunnen schuldeisers hierdoor worden benadeeld. De schuldeisers kunnen dan een verzoek tot heropening indienen bij de rechtbank. In de praktijk komt het daarna vaak tot een faillissement. In dat geval kan de curator tot de conclusie komen dat er, door het besluit tot een turboliquidatie, sprake was van onrechtmatig handelen van de bestuurders en kunnen zij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

Conclusie

Een turboliquidatie wordt vaak toegepast en dat levert niet vaak problemen op. Het is snel, zonder veel formaliteiten. Zijn er echter bij de ontbinding nog schulden aanwezig dan is voorzichtigheid geboden!

De overheid is van plan om de turboliquidatie van een rechtspersoon aan banden te leggen. De achterliggende reden is dat het te vaak en te gemakkelijk gebruikt zou worden om schuldeisers met lege handen achter te laten. Deze snelle manier van een BV opheffen heeft daardoor in Nederland, onterecht, een slechte naam gekregen.

Dat turboliquidatie een omstreden instrument is, blijkt wel uit de negatieve nieuwskoppen over turboliquidatie in de media. Zo kopte het Financieel Dagblad recentelijk “Actie tegen nieuwe fraudevorm met ‘plof –bv’s” en “Wildgroei plof-bv’s krachtig aanpakken.” Hierin wordt gesteld dat fraude wordt gepleegd met BV’s en dat deze vervolgens via turboliquidatie uit de rechtswereld verdwijnen zonder dat er enige controle is op de handelingen van de BV.

Turboliquidatie versus faillissement

Als een faillissement wordt aangekondigt, wordt er beslag gelegd op het gehele vermogen van de onderneming. Dat beslag is ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. De curator probeert hiermee alle schuldeisers zoveel mogelijk schadeloos te stellen. Tevens wordt onderzocht of de onderneming zijn administratie wel op orde heeft en alles in het verleden volgens de regels is gedaan. Als dat niet het geval is, dan kan de curator achter de DGA in persoon aan gaan om verhaal te halen. Voor schuldeisers biedt dat de zekerheid, dat er in elk geval alles aan gedaan is om het geld veilig te stellen.

In geval van een turboliquidatie is er géén curator betrokken bij de opheffing van de BV, maar kan een DGA op eigen initiatief beslissen om zijn BV te ontbinden en uit te schrijven bij de KvK, mits er geen baten zijn. Er kunnen dus nog wel schulden achtergelaten worden. Volgens de Hoge Raad mag dit, sinds zij dit besloot in 2015. Echter sommige ondernemers maken misbruik van turboliquidatie door eerst al het geld uit de BV weg te sluizen en zo schuldeisers met lege handen achter te laten.

Onrechtmatige benadeling niet onbestraft

Als schuldeiser sta je bij onrechtmatige benadeling na een turboliquidatie echter niet machteloos. Men kan dan bijvoorbeeld een advocaat inschakelen die bij de rechtbank verzoekt om de vereffening van de BV te heropenen, of een procedure tot bestuurdersaansprakelijkheid te starten. Helaas haken veel schuldeisers dan af, omdat dit voorgefinancieerd moet worden en tijd kost.

Indien er sprake is van onrechtmatige benadeling of selectieve bevoordeling van specifieke schuldeisers, dan zijn er wel genoeg mogelijkheden om misbruikende bestuurders alsnog aansprakelijk te stellen. In 2006 wees de Hoge Raad er een standaardarrest over. De schade, waaronder (een groot deel van) juridische kosten, kan volledig op DGA als persoon worden verhaald.

Onterecht een slechte naam

Dat turboliquidatie een slechte naam heeft gekregen is onterecht, omdat deze werkwijze niet de oorzaak van het misbruik is. Die ligt bij kwaadwillende DGA’s, die hun schulden niet wensen af te betalen. Ook zonder deze manier om een BV op te heffen zou deze DGA zijn BV waarschijnlijk leeghalen en de schuldeisers met vorderingen achterlaten. Zowel bij een faillissement als bij de turboliquidatie kunnen schuldeisers echter bij onrechtmatige benadeling wel achter de DGA aangaan door hem aan te spreken op zijn bestuurdersaansprakelijkheid.

Ook snel, gemakkelijk en zorgeloos een lege of slapende BV opheffen? Houdt u dan aan de voorwaarden van de turboliquidatie.

In september 2019 heeft de Belastingdienst een analyse gepubliceerd van het aantal turboliquidaties. Volgens deze data vindt er sinds 2010 een stijging van het aantal turboliquidaties plaats. In 2014 heeft er uitzonderlijke groei (+34,2%) plaats gehad, terwijl het aantal bedrijfsbeëindigingen dat jaar slechts 9% groeide.

Jaarlijks vinden tussen de 60.000 en 65.000 bedrijfsbeëindigingen plaats, waarvan 40-48% middels turboliquidatie. In 2017 en 2018 waren dat resp. 35.000 en 33.000 turboliquidaties.

Uit het rapport blijkt verder, dat het overgrote deel van de turboliquidaties plaatsvindt bij ‘financiele holdings’, namelijk 22% gevolgd door ‘beleggingsinstellingen met beperkte toetreding’ met 7%.

Het volledige rapport is te vinden op de website van de Rijksoverheid.

Wilt u na het lezen van dit artikel weten of u uw BV middels turboliquidatie kunt opheffen? Volg dan onze vrijblijvende intake.

Bron: Analyse (turbo)liquidaties v1.0 d.d. 19 septeber 2019, Belastingdienst Datafundamenten en Analytics

Minister Sander Dekker komt met enkele wetswijzigingen die de positie van schuldeisers verbeteren bij ondernemingen die via een turboliquidatie worden opgeheven. Zo’n liquidatie vindt enkele tienduizenden keren per jaar plaats, schrijft hij aan de Tweede Kamer.

Dekker reageert met de brief o.a. op het verzoek van Kamerlid Van Oosten (VVD), die met een wetsaanpassing wil regelen dat een turboliquidatie alleen nog kan als er geen schulden en baten aanwezig zijn.

Het belang van turboliquidaties

De mogelijkheid van turboliquidatie werd in 1994 ingevoerd en heeft als doel om misbruik van inactieve rechtspersonen te voorkomen en het handelsregister te schonen van inactieve rechtspersonen. Volgens onderzoek van de Belastingdienst blijkt dat reeds bij 80% van de turboliquidaties zowel baten als fiscale schulden ontbreken. ‘Risico op misbruik is mogelijk, maar dit betekent niet dat turboliquidaties veelal malafide zijn of de regeling ongeschikt is. Ik acht het van belang dat de wettelijke mogelijkheid van een turboliquidatie behouden blijft.’ Indien sprake is van een turboliquidatie met achterlating van schulden, verdienen schuldeisers wel beter beschermd te moeten worden. ‘Daarom bereid ik een wetswijziging voor om hen beter in staat te stellen om te beoordelen of er sprake is van benadeling en of zij stappen ondernemen.’

Groei aantal turboliquidaties

Bij een turboliquidatie ontbreekt de formele vereffeningstermijn. Er zijn geen nadere eisen aan de verantwoording over het ontbreken van baten of de afwezigheid van schulden. De turboliquidatie wordt daarom beschouwd als een snelle, eenvoudige en goedkope wijze om een rechtspersoon op te heffen. In 2018 zijn er iets minder dan 37.000 ontbindingsbesluiten geregistreerd, waaronder bijna 33.000 turboliquidaties. ‘Het aantal turboliquidaties is ten opzichte van 2012 in absolute zin toegenomen met ongeveer 10.000 gevallen.’ De minister wil de mogelijkheid in stand houden: ‘Het is van belang dat nieuwe rechtspersonen eenvoudig kunnen worden opgericht en dat deze vervolgens ook eenvoudig zijn op te heffen als de activiteiten worden gestaakt. Dit motief blijft relevant. Het op papier laten voortbestaan van inactieve rechtspersonen brengt immers als risico met zich dat inactieve (lege) rechtspersonen worden opgekocht om als dekmantel te fungeren voor malafide activiteiten.’

Risico is geen bewijs

Zorgen over mogelijk misbruik als er schulden zijn, geven aanleiding om de regeling te bezien. In gemiddeld 80% van de turboliquidaties gaat het om boedels zonder baten en fiscale schulden. Er kunnen nog wel schulden zijn aan derden. ‘Het onderzoek biedt een goede aanzet voor risicoselectie aan de hand van een aantal risico-indicatoren. Maar een mogelijk verhoogd risico vormt geen bewijs dat er malafide gehandeld is. Vaststelling van misbruik is complex, omdat schade en schulden ontstaan door handelingen die voorafgaan aan de ontbinding door turboliquidatie. In het algemeen geldt dat mogelijke risico’s op misbruik van rechtspersonen niet bij voorbaat zijn uit te sluiten.’ Risico’s op financieel-economische misbruik doen zich in principe voor bij alle rechtspersonen en dus ook bij rechtspersonen die zijn betrokken bij een turboliquidatie.

Scherpere verantwoordingsplicht

Het is aan schuldeisers om aan te tonen dat zij benadeeld zijn. Schuldeisers kunnen de rechtbank verzoeken om heropening (artikel 2:23c lid 1BW) van de ontbinding, ook in het geval er geen vereffening heeft plaatsgevonden. Dit blijkt maar zelden te gebeuren. Aangezien schuldeisers niet vooraf worden geïnformeerd, raken zij veelal pas achteraf op de hoogte van het ‘verdwijnen van een rechtspersoon’. Een andere praktische belemmering voor schuldeisers is dat relevante (verantwoordings)informatie ontbreekt. Het bestuur hoeft geen eindverantwoording af te leggen, bijvoorbeeld door middel van het deponeren van een slotbalans.

Minister Dekker is daarom van oordeel dat de rechtsbescherming van schuldeisers verbetering behoeft, indien een turboliquidatie wordt toegepast met achterlating van schulden. ‘Ik stel daarom voor om de verantwoordingsplicht nader aan te scherpen, waardoor de transparantie bij de toepassing van de turboliquidatie wordt vergroot. Dit verbetert de balans tussen de positie van schuldeisers enerzijds en de autonomie van bestuurders en aandeelhouders anderzijds. Ook wordt beter aangesloten bij de waarborgen die gelden voor de ontbinding met een formele vereffening. Dit leidt tot een lastenverzwaring voor rechtspersonen, maar verbetert ook de rechtsbescherming. Tegelijkertijd blijft de belangrijke rol die de turboliquidatie speelt, behouden, zodat rechtspersonen eenvoudig kunnen worden ontbonden.’

Beoogde maatregelen

Dekker wil met een wetsaanpassing het bestuur van turbogeliquideerde ondernemingen verplichten tot het opstellen en deponeren van een slotbalans die vergezeld gaat van een bestuursverklaring waarom baten ontbreken. ‘Indien van toepassing worden deze stukken vergezeld van een slotuitdelingslijst. De slotbalans heeft betrekking op het boekjaar van de turboliquidatie en moet worden gedeponeerd bij het handelsregister.’ Daarnaast moet het bestuur zorgen voor een algemene bekendmaking van de ontbinding zonder vereffening, waarin wordt vermeld dat de slotbalans met de jaarrekening ter inzage liggen bij het handelsregister. Ook moeten vóór de doorhaling van de rechtspersoon in het handelsregister de jaarrekeningen over alle eerdere boekjaren openbaar gemaakt zijn, tenzij daarvoor een ontheffing geldt. ‘Waar een slotbalans toont dat er geen baten meer zijn, bieden de voorgaande jaarrekeningen een belangrijk aanvullend zicht op de vraag of er eerder wel baten waren en zo ja, welk beeld er is van het financieel verloop.’

Met deze maatregelen kunnen schuldeisers zich beter informeren en beter afwegen of zij verzet aantekenen tegen de turboliquidatie of het bestuur van de ontbonden rechtspersoon aansprakelijk stellen. ‘Of schuldeisers dat vervolgens ook willen doen, is een eigen (proceseconomische) afweging.’

Dekker verwacht in de loop van 2020 te komen met een voorontwerp voor wetswijziging.

Regelmatig wordt ons gevraagd of turboliqiudatie een optie is bij een Stamrecht BV. Deze vraag kan pas worden beantwoord als duidelijk is of de BV actief is geweest als onderneming of niet.

  1. Indien u uw Stamrecht BV enkel gebruikt (heeft) voor het beheer van kapitaal, bijvoorbeeld een ontslagvergoeding, dan is een versnelde opheffing van de BV eenvoudig door het geld uit uw Stamrecht BV te halen. Er hoeft dan geen vereffening plaats te vinden en er is geen sprake van publicatieplicht.
  2. Indien de Stamrecht BV een actieve onderneming behelst, dan dient er wel vereffening plaats te vinden en geldt publicatieplicht.

In het eerste geval is snelle opheffing van de Stamrecht BV middels turboliquidatie mogelijk. Turboliquidatie is een officiële opheffingsmethode, vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek, waarbij geldt dat als de BV op het tijdstip van haar opheffing geen baten meer heeft, zij direct op houdt te bestaan.

Afrekening Stamrechtverplichting

Voordat u uw Stamrecht BV kunt opheffen, moet de stamrechtverplichting in zijn geheel zijn afgerekend:

  • ofwel via de reeds uitgevoerde periodieke uitkeringen;
  • ofwel via gedeeltelijke afkoop;
  • ofwel via een afkoop ineens.

Bij die afrekening dient ook bepaald te worden of er vorderingen dienen te worden terugbetaald aan de BV of worden verrekend, dan wel of de BV nog iets aan u of anderen is verschuldigd.

De Stamrecht BV wordt bij afkoop inhoudingsplichtig voor de loonbelasting en dat wil zeggen dat de Stamrecht BV een deel van de afkoopwaarde overboekt naar de Belastingdienst en het restant naar privé.