Turboliquidatie en vertrouwen: wat een recente rechtbankuitspraak duidelijk maakt
Bestuurders die hun BV via turboliquidatie ontbinden, gaan er vaak van uit dat de zaak daarmee is afgerond. Geen vereffening, geen curator, geen verdere verplichtingen. Maar een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2022:8740, 30 augustus 2022) laat zien dat die aanname niet altijd klopt. Een schuldeiser die aannemelijk maakt dat er ten tijde van de turboliquidatie toch nog baten aanwezig waren, kan de ontbonden vennootschap alsnog failliet laten verklaren.
Dat is geen theoretisch risico. Het is precies wat in deze zaak is gebeurd.
Jurisprudentie in het kort
Rechtsvraag
Kan een vennootschap die via turboliquidatie is ontbonden alsnog failliet worden verklaard wanneer een schuldeiser aannemelijk maakt dat er ten tijde van de ontbinding toch baten aanwezig waren?
Oordeel
Ja. De rechtbank oordeelt dat aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan. De schuldeiser heeft summierlijk aannemelijk gemaakt dat er ten tijde van de turboliquidatie nog baten waren. De vennootschap wordt alsnog failliet verklaard en een curator wordt aangesteld om de financiële gang van zaken te onderzoeken.
Betekenis voor de praktijk
Een turboliquidatie sluit het dossier niet definitief. Een schuldeiser die aannemelijk maakt dat er baten waren, kan de ontbonden vennootschap alsnog failliet laten verklaren. De drempel daarvoor is summierlijk, niet onomstotelijk. Bestuurders die turboliquidatie overwegen, moeten er dus van uitgaan dat de afwikkeling achteraf wordt getoetst, en het dossier daarop inrichten.
Wat er speelde
Een vennootschap was via turboliquidatie ontbonden. Het bestuur stelde dat er geen baten meer waren op het moment van ontbinding. Een schuldeiser was het daar niet mee eens en vroeg het faillissement aan van de inmiddels ontbonden vennootschap.
De rechtbank moest beoordelen of aan de voorwaarden voor faillietverklaring was voldaan: is summierlijk gebleken van feiten en omstandigheden die een bate aannemelijk maken, en is er een steunvordering?
Het oordeel
De rechtbank verklaarde de vennootschap alsnog failliet. De schuldeiser had voldoende aannemelijk gemaakt dat er ten tijde van de turboliquidatie nog baten aanwezig waren. De turboliquidatie was daarmee niet het eindpunt dat de bestuurder ervan had gemaakt.
Met de faillietverklaring werd een curator aangesteld die alsnog onderzoek kon doen naar de financiële gang van zaken, naar eventueel bestuurdersaansprakelijkheid, en naar de vraag of de turboliquidatie terecht was toegepast.
Waarom dit voor bestuurders relevant is
Deze uitspraak raakt aan een misverstand dat in de praktijk hardnekkig is: de gedachte dat een turboliquidatie het dossier definitief sluit. Dat is niet het geval. Een ontbonden vennootschap kan op verzoek van een schuldeiser herleven, hetzij via heropening van de vereffening (artikel 2:23c BW), hetzij via een faillissementsaanvraag.
De drempel voor een faillissementsaanvraag is niet hoog. De schuldeiser hoeft niet te bewijzen dat er baten waren, hij hoeft dat slechts summierlijk aannemelijk te maken. Dat kan bijvoorbeeld door te wijzen op activa die kort voor de ontbinding zijn overgedragen, op een rekening-courantschuld die niet is afgelost, op vorderingen die niet zijn geïncasseerd, of op een bestuurder die na de turboliquidatie dezelfde activiteiten voortzet in een andere entiteit.
Zodra de rechter op basis van die aanwijzingen het faillissement uitspreekt, wordt een curator benoemd die het volledige dossier opent. Alles wat de bestuurder heeft gedaan in de periode vóór de ontbinding komt dan onder het vergrootglas.
De les: vertrouwen begint bij de voorbereiding
Turboliquidatie is een krachtig instrument, maar het functioneert alleen als bescherming wanneer de toepassing klopt. Wie turboliquidatie inzet terwijl er nog baten aanwezig zijn, of zonder de afwikkeling vast te leggen, creëert precies het aanknopingspunt dat een schuldeiser nodig heeft om het dossier alsnog open te breken.
Een verdedigbaar dossier bevat daarom niet alleen een slotbalans op nul. Het bevat ook een onderbouwing van hoe de BV in die positie terecht is gekomen: welke activa er waren, hoe die zijn afgewikkeld, welke schuldeisers zijn betaald en waarom, en welke verplichtingen uit hoofde van de transparantiewet zijn nageleefd.
Wie dat vastlegt, staat sterker als een schuldeiser achteraf vragen stelt. Wie dat niet vastlegt, geeft een schuldeiser de ruimte om aannemelijk te maken dat er nog baten waren, en opent daarmee de deur naar een faillissementsaanvraag die de turboliquidatie volledig ongedaan maakt.
Vertrouwen in turboliquidatie ontstaat niet door snelheid. Het ontstaat doordat de voorbereiding klopt, de volgorde verdedigbaar is, en het dossier compleet is. Dat is geen formaliteit. Dat is het verschil tussen een afgeronde ontbinding en een dossier dat alsnog openbreekt.


Rijksoverheid
Afbeelding van ar130405 via Pixabay
Evensis Media BV

Image by Janeke88 from Pixabay 
