Rechtbank bevestigt: transitievergoeding bij turboliquidatie blijft verschuldigd
Bestuurders die een BV beëindigen via turboliquidatie gaan er soms van uit dat daarmee alle verplichtingen ophouden te bestaan. Die aanname is onjuist, en de Rechtbank Rotterdam bevestigt dat in een uitspraak van 25 september 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:11273). Een werknemer houdt recht op de wettelijke transitievergoeding, ook als de werkgever de vennootschap na het einde van het dienstverband via turboliquidatie ontbindt.
Jurisprudentie in het kort
Rechtsvraag
Houdt een werknemer recht op transitievergoeding wanneer de werkgever de BV na het einde van het dienstverband via turboliquidatie ontbindt?
Oordeel
Ja. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke transitievergoeding (art. 7:673 BW) verschuldigd blijft, ongeacht de latere ontbinding van de vennootschap. De werkgever is veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
Betekenis voor de praktijk
Turboliquidatie ontslaat een werkgever niet van arbeidsrechtelijke verplichtingen die vóór de ontbinding zijn ontstaan. Bestuurders die een BV met personeel beëindigen, moeten de transitievergoeding meenemen in de afwikkeling, anders blijft de verplichting bestaan en is verhaal op de bestuurder persoonlijk niet uitgesloten.
Wat er speelde
Een werknemer was sinds 1998 in dienst bij een BV. In september 2024 verleende het UWV de werkgever toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. De werkgever maakte gebruik van die toestemming en zegde de arbeidsovereenkomst op tegen 1 februari 2025.
Daarna volgde een turboliquidatie. De werkgever ging er kennelijk van uit dat met de ontbinding van de vennootschap ook de verplichting tot betaling van de transitievergoeding verviel. De werknemer dacht daar anders over en startte een procedure.
Het oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter is helder: de ontbinding van de rechtspersoon doet geen afbreuk aan het wettelijke recht op transitievergoeding. Dat recht ontstaat op grond van artikel 7:673 BW op het moment dat de arbeidsovereenkomst door opzegging van de werkgever eindigt. Dat de werkgever vervolgens via turboliquidatie wordt ontbonden, verandert daar niets aan.
De werknemer kreeg de volledige transitievergoeding van € 33.437,53 bruto toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Bij een dienstverband van ruim 26 jaar en een basissalaris van € 3.845,85 per maand is dat een substantieel bedrag, dat de werkgever had moeten meenemen in de afwikkeling vóór de ontbinding.
Wat dit betekent voor bestuurders die turboliquidatie overwegen
Deze uitspraak raakt een punt dat in de praktijk regelmatig over het hoofd wordt gezien. Turboliquidatie beëindigt het bestaan van de rechtspersoon, maar wist niet de verplichtingen die vóór de ontbinding zijn ontstaan. De transitievergoeding is daar het duidelijkste voorbeeld van, maar het principe reikt verder.
Loonverplichtingen, vakantiegeld, onkostenvergoedingen, pensioenpremies: alles wat op het moment van ontbinding al verschuldigd is, blijft verschuldigd. De schuldeiser, in dit geval de werknemer, kan die vordering verhalen. En als de vennootschap geen verhaal meer biedt, komt de vraag naar bestuurdersaansprakelijkheid in beeld.
De volgorde die het verschil maakt
Het kernprobleem in deze zaak is niet dat de bestuurder koos voor turboliquidatie. Het probleem is dat de transitievergoeding niet was meegenomen in de afwikkeling vóór de ontbinding. Wie een BV met personeel beëindigt, moet de arbeidsrechtelijke verplichtingen volledig in kaart brengen voordat het ontbindingsbesluit wordt genomen.
Dat betekent concreet: bereken de transitievergoeding op basis van het dienstverband en het salaris. Neem dat bedrag op als schuld in de slotbalans. Betaal de transitievergoeding uit de beschikbare middelen, of documenteer waarom dat niet mogelijk was. Informeer de werknemer over de ontbinding en zijn rechten op grond van de transparantieverplichtingen.
Wie dat overslaat, creëert een vordering die niet verdwijnt door de ontbinding, maar die daarna wél moeilijker te verhalen is. En precies die situatie leidt tot procedures die meer kosten dan de transitievergoeding zelf.
De les
Turboliquidatie is een instrument om een batenloze BV te ontbinden, niet om bestaande verplichtingen te omzeilen. De Rechtbank Rotterdam bevestigt dat in deze uitspraak ondubbelzinnig. Voor bestuurders die hun BV willen beëindigen via turboliquidatie is de boodschap helder: neem alle verplichtingen mee in de voorbereiding, inclusief de arbeidsrechtelijke. Een verdedigbaar dossier vereist dat de volgorde klopt, niet alleen op de balans, maar ook richting werknemers en schuldeisers.