Turboliquidatie is geen juridisch vraagstuk alleen — en de praktijk bewijst dat dagelijks

Ondernemer aan vergadertafel met drie dossiers voor juridische, fiscale en administratieve voorbereiding turboliquidatie

Wie op zoek gaat naar informatie over turboliquidatie met schulden, stuit vrijwel onvermijdelijk op juridische analyses. Die analyses zijn inhoudelijk doorgaans correct — maar ze vertellen zelden het volledige verhaal. De juridische beoordeling staat centraal, terwijl de fiscale voorbereiding, de administratieve volgorde en de dossiervorming die het traject achteraf verdedigbaar maken, grotendeels buiten beeld blijven.

Na meer dan 1.500 begeleidde turboliquidaties weten wij: juist daar zit het verschil tussen een afronding die standhoudt en een dossier dat later vragen oproept.

Turboliquidatie met schulden is de norm, niet de uitzondering

Laten we beginnen bij de feiten. Turboliquidatie met schulden is niet een bijzondere maatregel voor bijzondere situaties — het is de gewoonste manier waarop BV’s in Nederland worden beëindigd.

Uit cijfers van de Kamer van Koophandel over 2018 bleek dat van de circa 37.000 ontbonden vennootschappen ruim 33.000 — dat is 89% — via turboliquidatie werden beëindigd. Ter vergelijking: in datzelfde jaar werden slechts 3.144 bedrijven failliet verklaard. Uit onderzoek van het WODC en de Universiteit Leiden over de periode 2018–2025 komt een percentage van 80% tot 86% naar voren. In 2022 liep dat aandeel op tot ruim 90% van alle bedrijfsbeëindigingen.

Turboliquidatie is dus geen uitzondering — het is de standaardroute voor ondernemers die hun BV willen beëindigen.

Rechters bevestigen dat. Rechtbank Den Haag oordeelde op 17 december 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:21551) expliciet dat een BV die geen baten meer had, de turboliquidatieroute had kunnen én moeten bewandelen in plaats van eigen faillissement aan te vragen. De rechtbank stelde vast dat een faillissement in die situatie misbruik van bevoegdheid opleverde — en dat turboliquidatie de aangewezen weg was. Rechtbank Noord-Holland bevestigde eerder op 28 augustus 2024 (ECLI:NL:RBNHO:2024:8639) dat bestuurders bij afwezigheid van baten mogen kiezen voor turboliquidatie en dat daarvoor geen wettelijke verplichting tot faillissementsaanvraag bestaat.

Dat is een wezenlijk ander geluid dan de voorzichtige toon die veel juridische analyses aanslaan.

Wat juridische analyses vaak niet meenemen

De meeste informatie over turboliquidatie vertrekt vanuit één vraag: wanneer is een bestuurder aansprakelijk? Dat is een legitieme vraag, maar het is de verkeerde startpositie voor een ondernemer die zijn BV correct wil beëindigen.

Aansprakelijkheid is het gevolg van fouten in de voorbereiding. Wie de voorbereiding goed doet, hoeft de aansprakelijkheidsvraag pas aan het einde te stellen — en kan die dan met een volledig dossier beantwoorden.

De praktijk leert dat de meeste problemen bij turboliquidatie niet juridisch van aard zijn, maar administratief en fiscaal.

De fiscale afsluiting. Zijn er openstaande aangiften? Is de omzetbelasting correct afgerond? Zijn rekening-courantposities met de DGA fiscaal afgewikkeld? Is er sprake van een dividendbesluit of terugbetaling van aandelenkapitaal die fiscaal correct moet worden verwerkt? Dit zijn vragen die, als ze onbehandeld blijven, de turboliquidatie achteraf kwetsbaar maken.

De administratieve volgorde. De Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie verplicht tot deponering van een balans, een staat van baten en lasten, een beschrijving van de oorzaak van het ontbreken van baten en — bij activa-afwikkeling vóór ontbinding — een toelichting op de verdeling van opbrengsten. Dat vraagt om een correcte slotbalans, een heldere staat van baten en lasten en een logische aansluiting tussen de administratieve werkelijkheid en het ontbindingsbesluit. Dat is boekhoudkundig werk, geen juridisch werk.

De volgorde van besluiten. Een dividendbesluit moet worden genomen vóór het ontbindingsbesluit. Een rekening-courantpositie moet worden afgewikkeld vóór de ontbindingsdatum. Activa moeten rechtmatig worden overgedragen of afgeboekt vóórdat de nul-batenpositie formeel wordt vastgesteld. Wie die volgorde niet bewaakt, bouwt geen verdedigbaar dossier — ook niet als elk afzonderlijk besluit juridisch correct is.

Volgorde en dossiervorming zijn het eigenlijke werk

Een turboliquidatie is geen document. Het is een traject met een logische volgorde van stappen, waarbij elke stap de volgende stap verdedigbaar maakt.

De vraag die in elk dossier leidend moet zijn, is niet: kan dit juridisch? Maar: is dit achteraf uitlegbaar — aan een curator, aan de Belastingdienst, aan een schuldeiser die zich meldt?

Die vraag vergt kennis van drie domeinen tegelijk: de juridische voorwaarden van art. 2:19 lid 4 BW en de TWTT, de fiscale verplichtingen rondom bedrijfsbeëindiging, en de administratieve realiteit van het dossier. Een specialisme dat zich beperkt tot één van die drie domeinen, geeft onvolledig advies — hoe correct dat advies op zichzelf ook is.

Wat dit betekent voor ondernemers

Als u uw BV wilt opheffen — ook als er nog schulden zijn — is de centrale vraag niet of turboliquidatie juridisch mogelijk is. In de overgrote meerderheid van de gevallen is dat zo. De centrale vraag is: wat moet er eerst gebeuren, en hoe wordt dat vastgelegd?

Dat is geen vraag voor één specialisme. Het is een vraag voor een team dat juridische, fiscale en administratieve kennis combineert en dat de volgorde bewaakt van analyse naar correctie, van correctie naar onderbouwing, en van onderbouwing naar afwikkeling.

Wilt u weten waar u staat? Vraag een intake aan — wij beoordelen uw situatie en geven aan welke stappen er nog gezet moeten worden.

Als de situatie al complex is geworden

Niet elke ondernemer komt bij ons voordat er besluiten zijn genomen. Wat in het verleden is gedaan of nagelaten, is niet terug te draaien. Dat is een gegeven waar wij mee werken, niet omheen.

In veel gevallen kan de administratie nog worden hersteld of aangevuld. Maar dat lost niet alles op. Vooral in trajecten waarbij een ondernemer al in een schuldhulptraject zit, kunnen eerdere beslissingen — bewust of onbewust — een risico op bestuurdersaansprakelijkheid hebben gecreëerd. Dat risico verdwijnt niet vanzelf door de turboliquidatie te voltooien.

Wat wij in die situaties doen, is het traject zo inrichten dat de risico’s zoveel mogelijk worden beperkt. Dat betekent: in kaart brengen wat er is gebeurd, beoordelen wat de juridische en fiscale consequenties zijn, en vervolgens een onderbouwing opstellen die verklaart waarom bepaalde besluiten zijn genomen — ook als die besluiten niet ideaal waren. Een dossier dat die redenering helder vastlegt, staat sterker dan een dossier dat zwijgt.

Dat is geen garantie. Maar het is het verschil tussen een kwetsbare positie en een verdedigbare.

Wat dit betekent voor schuldhulporganisaties

Voor schuldhulporganisaties, bewindvoerders en trajectbegeleiders geldt een aanvullende overweging. U begeleidt ondernemers in een kwetsbare situatie. Een onvolledig dossier — of een turboliquidatie die achteraf niet standhoudt — heeft gevolgen die verder reiken dan de BV alleen. Het raakt de persoonlijke positie van de ondernemer, de afronding van het schuldhulptraject en uw eigen positie als begeleider.

Een gespecialiseerd team met allround expertise neemt dat risico weg. Niet omdat turboliquidatie ingewikkeld is, maar omdat de combinatie van juridische, fiscale en administratieve kennis in één traject de enige manier is om een dossier op te leveren dat ook achteraf verdedigbaar is.

Neem contact op om te bespreken hoe wij uw organisatie kunnen ondersteunen.

De kern

Turboliquidatie met schulden is in verreweg de meeste gevallen de juiste route. Rechters bevestigen dat. De cijfers bevestigen dat. En de praktijk van meer dan 1.500 dossiers bevestigt dat.

Wat het traject verdedigbaar maakt, is niet het juridische oordeel op zichzelf — maar de voorbereiding die eraan voorafgaat: de fiscale afsluiting, de correcte administratieve volgorde en de dossiervorming die elk besluit onderbouwt. Ook wanneer die volgorde in het verleden niet optimaal is gevolgd.

Bronnen: KvK-statistieken 2018; Zantinge, J. (2019), Universiteit Utrecht; WODC/Universiteit Leiden, evaluatierapport Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie; Rb. Den Haag 17 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:21551; Rb. Noord-Holland 28 augustus 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:8639.