Turboliquidatie en navordering: waarom een goede onderbouwing belangrijk is

Bestuurder controleert slotbalans voor turboliquidatie van een BV

Een turboliquidatie is alleen mogelijk wanneer een BV op het moment van ontbinding geen baten meer heeft. Dat lijkt eenvoudig, maar in de praktijk vraagt dit om zorgvuldige controle en duidelijke vastlegging.

Een recente uitspraak van rechtbank Noord-Nederland laat zien waarom. De Belastingdienst mocht navorderen nadat een dochter-BV via turboliquidatie was ontbonden. Volgens de rechtbank beschikte de inspecteur over een nieuw feit. Ook maakte de rechtbank duidelijk dat een turboliquidatie niet automatisch bewijst dat er daadwerkelijk geen baten waren.

Wat speelde er in deze zaak?

In deze zaak was sprake van een BV-structuur met een dochter-BV. Die dochter-BV dreef een onderneming en werd in 2018 ontbonden. Bij de Kamer van Koophandel werd geregistreerd dat de dochter-BV was opgehouden te bestaan, omdat er geen bekende baten meer aanwezig waren.

In de aangiften inkomstenbelasting werd geen inkomen uit aanmerkelijk belang aangegeven. Later werd in de aangifte vennootschapsbelasting vermeld dat de dochter-BV was ontbonden. De inspecteur legde daarna navorderingsaanslagen op, omdat volgens hem door de liquidatie een voordeel uit aanmerkelijk belang was ontstaan.

De betrokkenen vonden dat navordering niet mocht. Zij stelden dat de Belastingdienst al bekend had kunnen zijn met de ontbinding en dat er dus geen sprake was van een nieuw feit.

Waarom mocht de Belastingdienst navorderen?

Voor navordering is in beginsel een nieuw feit nodig. Dat betekent dat de inspecteur bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslag nog niet bekend was met het feit dat later aanleiding geeft tot correctie. Ook mag het niet gaan om informatie die de inspecteur redelijkerwijs al had moeten kennen. De Belastingdienst beschrijft dat navordering op grond van artikel 16 AWR mogelijk is wanneer sprake is van een nieuw feit of kwade trouw.

De rechtbank keek naar de tijdlijn. De definitieve aanslagen inkomstenbelasting waren al opgelegd voordat de aangifte vennootschapsbelasting, waarin de ontbinding stond, werd ingediend en behandeld. Daarom was de inspecteur bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslagen nog niet bekend met de ontbinding van de dochter-BV.

Volgens de rechtbank hoefde de inspecteur op basis van de aangiften ook geen nader onderzoek te doen. De navorderingsaanslagen bleven daarom in stand.

Turboliquidatie is geen automatisch bewijs dat er geen baten waren

Het belangrijkste punt voor ondernemers zit in de beoordeling van de turboliquidatie zelf.

De betrokkenen voerden aan dat er door de turboliquidatie geen baten meer konden zijn. Volgens hen moest daaruit volgen dat de ontbinding niet tot een positief voordeel kon leiden.

De rechtbank ging daar niet in mee. Het enkele feit dat een BV via turboliquidatie is ontbonden, betekent niet automatisch dat er op het moment van ontbinding ook daadwerkelijk geen baten waren. Uit eerdere aangiften bleek namelijk dat er een vordering op de balans stond. Uit het dossier bleek niet duidelijk dat deze vordering vóór de ontbinding was verdwenen of correct was verwerkt.

Dat is een belangrijk signaal. Een registratie bij de Kamer van Koophandel is niet genoeg wanneer uit andere stukken blijkt dat er mogelijk nog waarde in de BV zat.

Wat betekent dit voor bestuurders van een BV?

Voor bestuurders betekent deze uitspraak dat de administratie moet aansluiten op het besluit tot ontbinding. Een turboliquidatie is alleen verantwoord wanneer de BV op het moment van ontbinding geen baten heeft.

Let vooral op de volgende punten:

  • Staat er nog geld op de bank?
  • Zijn er nog vorderingen op aandeelhouders, bestuurders of derden?
  • Zijn er nog debiteuren, voorraden, inventaris of andere eigendommen?
  • Is er nog een mogelijke belastingteruggave?
  • Sluit de slotbalans volledig aan op de werkelijke situatie?
  • Is duidelijk vastgelegd waarom er geen baten meer zijn?

Als uit eerdere aangiften, jaarrekeningen of administratieve stukken blijkt dat er nog een bate was, moet duidelijk zijn wat daarmee is gebeurd. Zonder duidelijke onderbouwing kan achteraf discussie ontstaan.

Wat betekent dit voor aandeelhouders en certificaathouders?

De zaak laat ook zien dat een turboliquidatie gevolgen kan hebben voor aandeelhouders of certificaathouders. Wanneer de Belastingdienst achteraf stelt dat sprake was van een liquidatie-uitkering of een voordeel uit aanmerkelijk belang, kan dat leiden tot correcties in de inkomstenbelasting.

Ook hier geldt: de onderbouwing is belangrijk. Niet alleen de BV zelf, maar ook de positie van aandeelhouders en certificaathouders kan relevant zijn.

De rol van transparantie bij turboliquidatie

Sinds de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie gelden extra verplichtingen bij turboliquidatie. De wet is bedoeld om meer transparantie te geven en schuldeisers beter te beschermen. Bestuurders moeten onder meer financiële verantwoording afleggen en schuldeisers actief informeren.

De kern blijft echter hetzelfde: turboliquidatie is bedoeld voor rechtspersonen zonder baten. De Tweede Kamer omschrijft turboliquidatie als ontbinding op eigen initiatief van rechtspersonen zonder baten.

Dat maakt de controle vooraf belangrijk. Niet alleen om aan de formele verplichtingen te voldoen, maar ook om achteraf vragen van schuldeisers, de Belastingdienst of andere betrokkenen te kunnen beantwoorden.

Praktische controle vóór turboliquidatie

Een zorgvuldige voorbereiding voorkomt veel problemen. Controleer daarom vóór het ontbindingsbesluit of de BV daadwerkelijk batenvrij is.

Een goede controle bestaat in ieder geval uit:

  1. Een actuele balans opstellen
  2. Bankrekeningen controleren
  3. Vorderingen en schulden beoordelen
  4. Nagaan of er nog eigendommen of rechten bestaan
  5. Controleren of eerdere aangiften en administratieve stukken aansluiten
  6. Vastleggen waarom de BV geen baten meer heeft
  7. De verplichte stukken tijdig deponeren en betrokkenen informeren

Als er twijfel bestaat, is het verstandig om de situatie eerst te laten beoordelen. Bij turboliquidatie is zorgvuldigheid belangrijker dan snelheid.

Conclusie

Deze uitspraak maakt duidelijk dat turboliquidatie geen papieren formaliteit is. De BV moet op het moment van ontbinding daadwerkelijk geen baten meer hebben. Ook moet de administratie dat kunnen onderbouwen.

Een vordering, banktegoed of ander recht met waarde kan voldoende zijn om achteraf vragen op te roepen. Daarom is het belangrijk om vóór het ontbindingsbesluit zorgvuldig te controleren of turboliquidatie in de situatie past.

Wilt u weten of uw BV geschikt is voor turboliquidatie? Vul dan de intake in en schakel een turboliquidatie-specialist in.

Bron: Rechtspraak.nl