| turboliquidatie schema dat laat zien wanneer bestuurdersaansprakelijkheid kan ontstaan na turboliquidatie

Bestuurdersaansprakelijkheid na turboliquidatie: wat recente rechtspraak laat zien

Turboliquidatie is een wettelijk toegestane manier om een BV te ontbinden wanneer er geen baten meer zijn. Maar de manier waarop een BV in die batenloze situatie terecht is gekomen, doet ertoe. Een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2021:6737, 15 december 2021), bekrachtigd in hoger beroep (ECLI:NL:GHARL:2023:7034), laat zien wat er gebeurt wanneer turboliquidatie wordt ingezet om een specifieke schuldeiser buiten de boot te laten vallen, terwijl de onderneming gewoon doordraait in een andere vennootschap.

De bestuurder en aandeelhouder werden hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van ruim โ‚ฌ 410.000 plus USD 125.000 aan koopprijs, schadevergoeding en gederfde winst.

Jurisprudentie

Jurisprudentie in het kort

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15 december 2021

Rechtsvraag

Kan een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld wanneer een BV via turboliquidatie wordt ontbonden, terwijl de onderneming en vrijwel alle schulden, behalve รฉรฉn substantiรซle vordering, worden ondergebracht bij een andere groepsvennootschap?

Oordeel

Ja. De rechtbank oordeelt dat sprake is van frustratie van betaling en verhaal (tweede categorie Ontvanger/Roelofsen). Doorslaggevend: de turboliquidatie vond vijf dagen na dagvaarding plaats, alle schuldeisers behalve de eisende partij werden overgenomen, en de onderneming draaide ongewijzigd door in een nieuwe vennootschap. De bestuurder en aandeelhouder zijn hoofdelijk veroordeeld. In hoger beroep bekrachtigd

Betekenis voor de praktijk

Een turboliquidatie is juridisch toelaatbaar, maar niet als vluchtroute om een specifieke schuldeiser achter te laten. Rechters beoordelen het totaalbeeld: timing, selectieve schuldovername en feitelijke voortzetting van de onderneming. Juist daarom is een voorafgaande toets op kwetsbaarheden essentieel, wie dat overslaat, creรซert precies het patroon waar rechters op aanslaan.

Wat er speelde

Een Canadese afnemer (Global Pack) kocht een verpakkingsmachine bij een Nederlandse werkmaatschappij (DPPT) binnen de Dupatech-groep. De machine, geproduceerd in Turkije, werd nooit geleverd in Canada. Global Pack ontbond de koopovereenkomst en dagvaardde DPPT op 12 september 2019.

Vijf dagen later, op 17 september 2019, besloot de moedervennootschap (Vite Beheer) tot turboliquidatie van DPPT. In dezelfde periode werden de activiteiten van DPPT voortgezet in een andere groepsvennootschap, Dupatech. Alle schuldeisers van DPPT werden overgenomen door Dupatech, op รฉรฉn na: Global Pack, met een vordering van ruim โ‚ฌ 410.000.

De inventaris van DPPT was kort voor de ontbinding verkocht aan Dupatech en verrekend met een rekening-courantschuld. De vordering die DPPT had op de Turkse producent voor de niet-geleverde machine werd niet te gelde gemaakt. De onderneming draaide gewoon door, alleen in een andere entiteit, terwijl de schuld aan Global Pack achterbleef in een lege, ontbonden vennootschap.

Waarom de rechter persoonlijke aansprakelijkheid aannam

De rechtbank paste twee juridische kaders toe.

Het eerste is de tweede categorie uit het arrest Ontvanger/Roelofsen: frustratie van betaling en verhaal. De bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakwam en geen verhaal bood voor de schade die daardoor is ontstaan. Doorslaggevend was dat de bestuurder wist van de vordering van Global Pack (er was vijf dagen eerder een dagvaarding uitgebracht), dat alle andere schuldeisers wรฉl werden overgenomen door Dupatech, en dat de onderneming feitelijk ongewijzigd werd voortgezet.

Het tweede kader is het arrest Coral/Stalt, dat van toepassing is op de aandeelhouder. Vite Beheer was als moedervennootschap intensief betrokken bij de gang van zaken rond DPPT. Door de handelwijze van haar dochter in de hand te werken of toe te staan, heeft Vite Beheer haar zorgplicht jegens de schuldeisers van DPPT geschonden.

De rechtbank oordeelde dat ook Dupatech aansprakelijk was, omdat de wetenschap van de bestuurder (die tevens bestuurder van Dupatech was) aan Dupatech kon worden toegerekend.

Welke factoren voor de rechter doorslaggevend waren

De rechtbank keek niet naar de turboliquidatie als handeling op zichzelf. De turboliquidatie was het sluitstuk van een reeks handelingen die samen het patroon vormden. Vier factoren waren doorslaggevend.

De eerste factor is de timing. De turboliquidatie vond vijf dagen na dagvaarding plaats. De bestuurder wist dat er een vordering aankwam en koos er desondanks voor om de vennootschap te ontbinden.

De tweede factor is de selectieve schuldovername. Alle schuldeisers van DPPT werden overgenomen door Dupatech, behalve de schuldeiser met de grootste vordering. De rechtbank oordeelde dat een bestuurder niet kan kiezen welke schulden hij wel en welke hij niet wil overnemen wanneer hij tegelijkertijd de onderneming voortzet in een andere entiteit.

De derde factor is de feitelijke voortzetting van de onderneming. DPPT werd ontbonden, maar de activiteiten gingen ongewijzigd door in Dupatech. De verdiencapaciteit van de onderneming verdween niet, die werd alleen verplaatst naar een entiteit waar Global Pack geen verhaal op had.

De vierde factor is het niet te gelde maken van beschikbare activa. DPPT had een vordering op de Turkse producent voor de niet-geleverde machine. Die vordering behoorde tot het vermogen van DPPT en had als verhaalsobject voor schuldeisers kunnen dienen. De bestuurder heeft die vordering niet geรฏncasseerd.

Wat dit betekent voor bestuurders die turboliquidatie overwegen

Deze uitspraak is bijzonder relevant voor situaties waarin een BV deel uitmaakt van een groepsstructuur. De rechter kijkt niet alleen naar de balans van de te ontbinden vennootschap, maar naar het totaalbeeld: hoe zijn de activiteiten verdeeld, waar landen de opbrengsten, en welke schuldeisers worden meegenomen naar de opvolgende entiteit.

Wie turboliquidatie toepast binnen een groep terwijl de activiteiten worden voortgezet in een andere vennootschap, moet kunnen onderbouwen waarom dat geen verhaalsfrustratie oplevert. Dat vereist dat alle schuldeisers gelijk worden behandeld, dat beschikbare activa worden afgewikkeld ten behoeve van de schuldeisers, en dat de timing van de ontbinding niet samenvalt met een moment waarop een specifieke schuldeiser net verhaal probeert te halen.

Een turboliquidatie die aan die voorwaarden voldoet, is juridisch verdedigbaar. Een turboliquidatie die daar niet aan voldoet, levert precies het patroon op waar rechters op aanslaan: selectief handelen, verhaalsfrustratie, en het verschuiven van waarde terwijl schulden achterblijven.

Juist daarom begint een verantwoorde turboliquidatie met een voorafgaande beoordeling van het volledige dossier, niet alleen van de balans, maar ook van de context, de timing en de positie van schuldeisers. Wie dat doet, bouwt een verdedigbaar dossier. Wie dat overslaat, bouwt een aansprakelijkheidsrisico.

Bron: Rechtbank Gelderland, 15 december 2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:6737), bekrachtigd in hoger beroep: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 augustus 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:7034)