Bestuurdersaansprakelijkheid na turboliquidatie: wat recente rechtspraak laat zien

Schema dat laat zien wanneer bestuurdersaansprakelijkheid kan ontstaan na turboliquidatie

Turboliquidatie is een wettelijk toegestane en efficiënte manier om een BV te ontbinden wanneer er geen baten meer zijn. Toch blijkt uit recente rechtspraak dat bestuurders niet automatisch buiten schot blijven. In bepaalde situaties kan een turboliquidatie leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder.

In deze blog wordt toegelicht wanneer dat risico ontstaat, welke factoren voor rechters doorslaggevend zijn en wat dit betekent voor ondernemers en schuldeisers.


Wanneer komt bestuurdersaansprakelijkheid in beeld?

Het uitgangspunt is helder:
een bestuurder is niet persoonlijk aansprakelijk enkel omdat een BV via turboliquidatie wordt ontbonden.

Aansprakelijkheid kan wél ontstaan wanneer sprake is van onrechtmatig handelen, bijvoorbeeld als:

  • schuldeisers bewust worden benadeeld;
  • verhaal van vorderingen doelbewust wordt gefrustreerd;
  • activa worden overgeheveld terwijl schulden achterblijven;
  • selectief wordt betaald vlak voor ontbinding.

De rechter kijkt daarbij niet alleen naar de formele ontbinding, maar vooral naar het handelen van de bestuurder in de periode daarvoor.


De kern van de recente uitspraak

In een zaak die diende bij de Rechtbank Gelderland stond centraal of bestuurders onrechtmatig hadden gehandeld rondom een turboliquidatie.

De rechtbank stelde vast dat:

  • de vennootschap werd ontbonden terwijl een substantiële vordering van een schuldeiser nog bestond;
  • kort voor of rond de ontbinding activa en activiteiten werden voortgezet binnen een andere groepsvennootschap;
  • die overgang wél plaatsvond zonder de betreffende schuld mee te nemen.

Volgens de rechtbank was hiermee bewust een situatie gecreëerd waarin de schuldeiser geen reële verhaalsmogelijkheden meer had. Dat werd aangemerkt als onrechtmatig handelen, waardoor persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder in beeld kwam.


Waarom deze uitspraak belangrijk is

Deze uitspraak onderstreept een belangrijk juridisch uitgangspunt:

Turboliquidatie mag nooit worden gebruikt als instrument om schuldeisers buiten spel te zetten.

Voor de rechter was niet doorslaggevend dát er werd geturboliquideerd, maar hoe dit gebeurde en welk effect dit had op de positie van de schuldeiser.

Daarmee bevestigt de rechtspraak dat:

  • bestuurders verantwoordelijkheid dragen voor een zorgvuldige afwikkeling;
  • groepsstructuren extra kritisch worden bekeken;
  • timing en samenloop van handelingen zwaar wegen.

Wat betekent dit voor ondernemers?

Voor ondernemers en bestuurders betekent dit dat een turboliquidatie alleen verantwoord is wanneer:

  • er daadwerkelijk geen baten meer zijn op het moment van ontbinding;
  • schuldeisers niet bewust worden benadeeld;
  • geen vermogensverschuivingen plaatsvinden die verhaal onmogelijk maken;
  • de administratie en toelichting transparant zijn.

Twijfel over één van deze punten vergroot het risico op persoonlijke aansprakelijkheid aanzienlijk.


Wat betekent dit voor schuldeisers?

Voor schuldeisers biedt deze rechtspraak belangrijke aanknopingspunten:

  • Een turboliquidatie betekent niet automatisch dat verhaal onmogelijk is.
  • Bij onregelmatigheden kan onderzoek worden gedaan naar bestuurdershandelen.
  • In bepaalde gevallen kan een bestuurder persoonlijk worden aangesproken.

Met name bij snelle ontbindingen in combinatie met doorstart-achtige constructies is alertheid geboden.


Zorgvuldigheid staat centraal

Turboliquidatie blijft een legitiem en veelgebruikt instrument. Tegelijk laat de rechtspraak zien dat zorgvuldigheid geen formaliteit is, maar een vereiste. Bestuurders die daar lichtvaardig mee omgaan, lopen het risico persoonlijk te worden aangesproken.

Juist daarom is een juiste toets vooraf essentieel.


Hulp nodig bij een verantwoorde turboliquidatie?

Turboliquidatie.nl is gespecialiseerd in turboliquidaties binnen de wettelijke kaders.
Onze intake brengt helderheid of turboliquidatie in jouw situatie verantwoord mogelijk is — en wanneer niet.


Bron (publieke rechtspraak)

Rechtbank Gelderland, uitspraak 15 december 2021