Wat deze rechterlijke uitspraak betekent voor risico’s bestuurders bij turboliquidatie

Ondernemers die hun BV willen beëindigen, kiezen regelmatig voor turboliquidatie. Het is snel, efficiënt en relatief eenvoudig. Tegelijkertijd roept deze route vragen op over aansprakelijkheid: wanneer loopt een bestuurder persoonlijk risico, en wanneer niet?

Een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam geeft hierover belangrijke duidelijkheid. In dit artikel wordt praktisch uitgelegd wat bestuurders en schuldhulpverleners hieruit kunnen leren.

Turboliquidatie in het kort

Turboliquidatie is een manier om een BV direct te ontbinden zonder vereffening. Dit is alleen toegestaan wanneer de vennootschap geen baten (activa) meer heeft op het moment van ontbinding.

Kenmerken:

  • de BV houdt direct op te bestaan
  • er wordt geen curator benoemd
  • schulden mogen nog bestaan
  • bestuurders blijven verantwoordelijk voor correcte toepassing

Juist omdat er geen vereffenaar of curator is, ligt de verantwoordelijkheid volledig bij het bestuur.

De kern van de uitspraak, zonder juridische omweg

In deze zaak stelden schuldeisers dat de bestuurders onrechtmatig hadden gehandeld door de BV via turboliquidatie te ontbinden. Volgens hen zouden er nog baten zijn geweest of had het bestuur anders moeten handelen.

De rechtbank kwam tot een ander oordeel en stelde vast dat:

  • niet is bewezen dat er op het moment van ontbinding daadwerkelijk baten waren
  • niet is aangetoond dat het bestuur activa heeft verzwegen
  • er geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen

Daarom werden de bestuurders niet persoonlijk aansprakelijk gehouden.

Wat betekent dit concreet voor bestuurders?

1. Schulden maken turboliquidatie niet automatisch onrechtmatig

Een BV mag via turboliquidatie worden beëindigd terwijl er schulden openstaan, zolang er geen baten meer zijn. Het bestaan van schulden op zichzelf is geen reden voor bestuurdersaansprakelijkheid.

2. Bewijslast ligt bij de schuldeiser

Wie stelt dat een bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld, moet dat ook concreet kunnen aantonen. Algemene vermoedens of het idee dat er “misschien nog iets te halen was” zijn onvoldoende.

3. Aansprakelijkheid ontstaat pas bij ernstig verwijtbaar handelen

Bestuurders lopen vooral risico wanneer zij:

  • bewust activa buiten beeld houden
  • selectief schuldeisers betalen
  • geen administratie kunnen overleggen
  • onjuiste informatie verstrekken bij ontbinding

Zonder dit soort omstandigheden is persoonlijke aansprakelijkheid juridisch lastig te onderbouwen.

Praktische aandachtspunten voor ondernemers en adviseurs

Zorg voor een aantoonbaar batenloze situatie

Een sluitende administratie en een eindbalans van € 0,00 zijn essentieel. Hiermee kan worden aangetoond dat turboliquidatie terecht is toegepast.

Wees terughoudend bij twijfel

Zijn er nog openstaande vorderingen, lopende procedures of mogelijke claims? Dan is turboliquidatie vaak niet de juiste route.

Transparantie voorkomt problemen

Duidelijke communicatie richting schuldeisers en correcte deponering van stukken bij de Kamer van Koophandel verkleinen het risico op procedures achteraf.

Schakel tijdig deskundige begeleiding in

Juist omdat de gevolgen groot zijn, is het verstandig om vooraf te laten toetsen of turboliquidatie in de specifieke situatie verantwoord is.

Conclusie

Deze uitspraak bevestigt dat turboliquidatie een legitiem instrument blijft, mits zorgvuldig toegepast. Voor bestuurders betekent dit dat zij niet automatisch aansprakelijk zijn bij openstaande schulden, maar wel moeten kunnen aantonen dat er geen baten waren en dat zij correct hebben gehandeld.

Zorgvuldigheid, transparantie en een goede administratie zijn daarbij doorslaggevend.


Bron