Volgens rechter had turboliquidatie de voorkeur boven faillissement
Een BV die haar schulden niet meer kan betalen, hoeft niet automatisch failliet te worden verklaard. Wanneer de onderneming geen baten meer heeft, kan turboliquidatie een veel logischere manier zijn om de BV te beëindigen.
Dat blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Rotterdam van 16 augustus 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:6939). Een BV vroeg zelf haar faillissement aan. De rechtbank stelde vast dat de onderneming inderdaad was opgehouden met betalen. Toch werd het faillissementsverzoek niet toegewezen.
De reden: er was niets meer om te vereffenen.
De BV had geen baten, geen debiteuren, geen roerende of onroerende zaken, geen personeel en de bedrijfsactiviteiten waren al langere tijd geleden beëindigd. Volgens de rechtbank lag turboliquidatie daarom meer voor de hand.
Jurisprudentie in het kort
Rechtsvraag
Heeft een BV voldoende belang bij haar eigen faillissementsaanvraag wanneer zij wel is opgehouden haar schulden te betalen, maar geen baten, personeel of lopende activiteiten meer heeft? Of ligt in zo’n situatie turboliquidatie meer voor de hand?
Oordeel
De rechtbank verklaarde de BV niet-ontvankelijk in haar eigen faillissementsaanvraag. Hoewel de BV verkeerde in de toestand dat zij had opgehouden te betalen, waren er volgens haar eigen opgave geen baten, debiteuren, onroerende of roerende zaken, personeel of lopende bedrijfsactiviteiten meer.
Omdat een faillissement is gericht op vereffening van vermogen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers en er naar verwachting niets te vereffenen viel, had de BV onvoldoende belang bij faillietverklaring. In deze omstandigheden lag beëindiging via turboliquidatie op grond van artikel 2:19 lid 4 BW meer voor de hand.
Betekenis voor de praktijk
De uitspraak laat zien dat schulden of betalingsonmacht op zichzelf niet betekenen dat een BV failliet moet worden verklaard. Wanneer daadwerkelijk geen baten meer aanwezig zijn, kan turboliquidatie juist de passende beëindigingsroute zijn.
Daarvoor moet wel zorgvuldig worden vastgesteld dat werkelijk geen baten meer bestaan. De financiële positie en mogelijke activa of vorderingen moeten daarom vóór de ontbinding worden beoordeeld en onderbouwd. De uitspraak betekent niet dat turboliquidatie bij iedere lege BV automatisch verplicht is; bijzondere omstandigheden kunnen een andere route rechtvaardigen.
Wat speelde er?
De bestuurder van de BV vroeg de rechtbank om de vennootschap failliet te verklaren. Uit de ingediende stukken bleek dat de onderneming niet meer in staat was haar schulden te betalen. Daarmee was in beginsel voldaan aan een belangrijke voorwaarde voor faillissement.
Maar een faillissement heeft ook een doel. Na een faillietverklaring wordt een curator aangesteld. Deze onderzoekt de situatie van de onderneming, beheert de boedel en probeert het beschikbare vermogen te vereffenen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. In deze zaak was volgens de bestuurder echter helemaal geen vermogen meer aanwezig. De onderneming beschikte niet over:
- baten;
- debiteuren;
- roerende of onroerende zaken;
- een bedrijfspand;
- personeel.
Ook waren de bedrijfsactiviteiten al langere tijd geleden gestaakt. Er viel dus niets meer te vereffenen.
Een faillissement zou alleen extra kosten veroorzaken
De rechtbank verwachtte dat een curator bij gebrek aan baten het faillissement zo snel mogelijk voor opheffing zou voordragen. Dat is logisch. Een curator kan alleen vermogen onder schuldeisers verdelen wanneer dat vermogen ook daadwerkelijk aanwezig is. Is de boedel volledig leeg, dan ontstaat door een faillissement niet ineens geld waarmee schuldeisers kunnen worden betaald.
Wel moet een curator werkzaamheden verrichten. Daardoor zouden de schulden van de BV volgens de rechtbank alleen maar verder oplopen door de kosten van het faillissement. Daar kwam bij dat geen belangen van werknemers of andere derden naar voren waren gebracht die een faillissementsprocedure noodzakelijk maakten.
Waarom lag turboliquidatie meer voor de hand?
De rechtbank wees vervolgens op artikel 2:19 BW. Een BV kan door een besluit van de aandeelhouders worden ontbonden. Wanneer op het tijdstip van ontbinding geen baten meer aanwezig zijn, houdt de rechtspersoon direct op te bestaan. Dat is de zogenoemde turboliquidatie. Er hoeft dan geen curator te worden aangesteld om een lege boedel af te wikkelen. Volgens de rechtbank was dat in deze situatie de meer voor de hand liggende route. De BV had daarom onvoldoende belang bij haar eigen faillissementsaanvraag en werd niet-ontvankelijk verklaard.
Ook een BV met schulden kan via turboliquidatie worden beëindigd
De uitspraak bevestigt een belangrijk punt waarover nog regelmatig misverstanden bestaan. Turboliquidatie is niet uitsluitend bedoeld voor een BV die volledig schuldenvrij is. De wettelijke voorwaarde is dat de BV op het moment van ontbinding geen baten meer heeft. Een BV kan dus nog schulden hebben aan bijvoorbeeld leveranciers, de Belastingdienst, een verhuurder, financiers of andere schuldeisers en toch via turboliquidatie worden ontbonden.
Het bestaan van schulden betekent dus niet automatisch dat faillissement noodzakelijk is. Dat blijkt in deze zaak bijzonder duidelijk. De BV was daadwerkelijk opgehouden haar schulden te betalen, maar de rechtbank vond juist dat een faillissement onvoldoende toevoegde omdat er geen vermogen meer aanwezig was.
Waarom kan turboliquidatie dan een beter alternatief zijn?
Wanneer een BV daadwerkelijk leeg is, heeft een faillissementsprocedure verschillende nadelen. Er is niets voor een curator te verdelen. Een faillissement is in belangrijke mate gericht op het vereffenen van het vermogen van de onderneming. Wanneer dat vermogen ontbreekt, kunnen schuldeisers ook via een faillissement niet worden betaald.
Een faillissement veroorzaakt wel nieuwe kosten
Een curator moet na zijn aanstelling onderzoek doen en het faillissement administratief afwikkelen. Wanneer geen boedel aanwezig is, staan daar geen opbrengsten tegenover. De rechtbank wees er in deze zaak expliciet op dat de schuldenlast hierdoor alleen maar verder zou toenemen.
De BV kan rechtstreeks worden beëindigd
Artikel 2:19 lid 4 BW biedt juist voor een rechtspersoon zonder baten een mogelijkheid om bij ontbinding direct op te houden te bestaan. Een volledige faillissementsprocedure is daarvoor niet noodzakelijk.
De wettelijke route sluit beter aan bij de feitelijke situatie
Wanneer de onderneming al is gestopt, geen werknemers meer heeft en geen vermogen meer bezit, valt er simpelweg weinig meer door een curator af te wikkelen. Turboliquidatie sluit dan beter aan bij de feitelijke situatie van de onderneming.
Turboliquidatie betekent niet: zomaar de BV uitschrijven
Dat turboliquidatie in deze zaak de meer voor de hand liggende route was, betekent niet dat iedere BV met een lege bankrekening zonder verdere controle kan worden opgeheven. De wettelijke voorwaarde blijft dat er geen baten meer aanwezig zijn. Daarbij gaat het om meer dan alleen het saldo op de bankrekening. Een BV kan bijvoorbeeld nog beschikken over:
- openstaande vorderingen op klanten;
- voorraad;
- inventaris of bedrijfsmiddelen;
- een vordering op de DGA;
- een rekening-courantvordering;
- een belastingteruggave;
- andere vermogensrechten.
Zolang dergelijke bezittingen of vorderingen aanwezig zijn, is er mogelijk nog iets te vereffenen. Daarom moet vóór een turboliquidatie eerst worden vastgesteld of de BV daadwerkelijk leeg is.
Ook de financiële afwikkeling verdient aandacht
Bij een BV met schulden is bovendien van belang hoe de situatie zonder baten is ontstaan. Als er eerder nog geld of andere bezittingen aanwezig waren, kunnen vragen ontstaan over wat daarmee is gebeurd.
- Welke schulden zijn nog betaald?
- Zijn activa verkocht?
- Waar is de opbrengst gebleven?
- Zijn bedragen betaald aan de bestuurder, aandeelhouder of een gelieerde onderneming?
- Zijn er nog vorderingen die eigenlijk geïncasseerd hadden kunnen worden?
Een goede voorbereiding voorkomt dat pas na de ontbinding blijkt dat bepaalde posten over het hoofd zijn gezien.
Schuldeisers behouden mogelijkheden
Ook na een turboliquidatie kunnen schuldeisers actie ondernemen wanneer zij menen dat de BV toch nog over baten beschikt. De rechtbank wijst daar in deze uitspraak eveneens op. Een schuldeiser die later het faillissement van de ontbonden vennootschap aanvraagt, zal aannemelijk moeten maken dat er toch baten aanwezig zijn en dat vereffening daarvan mogelijk tot een betaling zou kunnen leiden.
Turboliquidatie is dus geen manier om aanwezige bezittingen buiten het bereik van schuldeisers te brengen. De route is juist bedoeld voor de situatie waarin er daadwerkelijk niets meer te vereffenen valt.
Eerst de BV beoordelen, daarna de juiste route kiezen
De uitspraak van Rechtbank Rotterdam laat goed zien waarom het belangrijk is om niet automatisch voor faillissement te kiezen zodra een BV haar schulden niet meer kan betalen. Eerst moet worden gekeken naar de feitelijke financiële positie.
Zijn er nog baten, dan moeten deze worden afgewikkeld. Zijn er daadwerkelijk geen baten meer en zijn de activiteiten beëindigd, dan kan turboliquidatie een veel logischere route zijn. Daarom beoordelen wij bij Turboliquidatie.nl vooraf onder meer:
- of nog activa of vorderingen aanwezig zijn;
- of rekening-courantposities een rol spelen;
- welke schulden achterblijven;
- hoe eerdere activa zijn afgewikkeld;
- en of er bijzonderheden zijn die vóór de ontbinding moeten worden opgelost.
Zo wordt eerst vastgesteld of de BV daadwerkelijk geschikt is voor turboliquidatie.
Conclusie: faillissement is bij een lege BV niet vanzelfsprekend
De uitspraak van Rechtbank Rotterdam is duidelijk. Een BV kan haar schulden niet meer kunnen betalen en toch onvoldoende belang hebben bij een faillissement. Wanneer er geen vermogen is, kan een curator immers niets onder schuldeisers verdelen. Wel ontstaan er nieuwe kosten voor de afwikkeling van het faillissement.
In deze zaak had de BV geen baten, geen debiteuren, geen bedrijfsmiddelen, geen personeel en geen activiteiten meer. Turboliquidatie lag volgens de rechtbank daarom meer voor de hand.
Dat bevestigt dat een BV met schulden niet automatisch failliet hoeft te worden verklaard. Wanneer er daadwerkelijk niets meer te vereffenen valt, biedt de wet met turboliquidatie een passende en efficiënte beëindigingsroute.
Wilt u uw BV beëindigen terwijl er nog schulden openstaan? Laat dan eerst beoordelen of de BV geschikt is voor turboliquidatie en welke stappen vóór de ontbinding nog nodig zijn.