Misbruik van turboliquidatie: wat betekenen de Kamervragen voor ondernemers?

Turboliquidatie is bedoeld als een eenvoudige manier om lege, inactieve BV’s te beëindigen. In de praktijk blijkt deze regeling echter ook kwetsbaar voor misbruik. Dat blijkt opnieuw uit de recente antwoorden van de overheid op Kamervragen over het fenomeen van de zogenoemde “plof-BV”.

In dit artikel leggen we uit wat de overheid erkent, waar de knelpunten zitten en wat dit betekent voor ondernemers die hun BV op een correcte manier willen beëindigen.

Wat is het probleem rond misbruik van turboliquidaties?

De kern van de Kamervragen is helder: turboliquidaties kunnen worden misbruikt als verdwijningstruc voor bestuurders die schulden achterlaten. De overheid erkent dat dit risico al bij de invoering van de regeling bekend was.

De reden dat turboliquidatie toch is ingevoerd, is dat lege rechtspersonen snel en zonder hoge kosten moesten kunnen worden beëindigd. Dat is in de praktijk ook het geval geweest voor veel bonafide ondernemers. Tegelijkertijd ontbreekt bij turboliquidatie een aantal procedurele waarborgen die bij een faillissement wel bestaan, zoals actief toezicht door een curator.

Geen volledig beeld van de omvang van het misbruik

Een belangrijke constatering in de antwoorden is dat er geen volledig en betrouwbaar beeld bestaat van de omvang van het misbruik. De overheid geeft expliciet aan dat:

  • misbruik in de praktijk voorkomt;
  • het lastig is om dit achteraf vast te stellen;
  • beperkte financiële informatie vaak pas na ontbinding beschikbaar komt.

Hierdoor is het voor toezichthouders moeilijk om te beoordelen of bestuurders bewust schuldeisers hebben benadeeld. Dit gebrek aan inzicht is een structureel probleem dat nog niet is opgelost.

Waarom zijn signalen zo laat opgepakt?

Uit de Kamervragen blijkt dat er al jaren negatieve signalen bestonden, zoals:

  • het niet of te laat deponeren van jaarrekeningen;
  • ontbindingen die te laat werden gemeld bij de Kamer van Koophandel;
  • onduidelijkheid over terugwerkende kracht bij opheffingen.

Volgens de overheid zijn deze signalen mede aanleiding geweest voor de invoering van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie. Deze wet verplicht bestuurders om bij een turboliquidatie aanvullende financiële stukken te deponeren en schuldeisers actief te informeren.

Werkt de Wet transparantie turboliquidatie voldoende?

Uit evaluatieonderzoek blijkt dat de tijdelijke wet bij correcte naleving bijdraagt aan meer transparantie, maar slechts in beperkte mate misbruik voorkomt. Daarom is besloten:

  • de tijdelijke wet te verlengen tot november 2027;
  • te werken aan permanente wetgeving;
  • te onderzoeken of aanvullende aanpassingen nodig zijn, inclusief strengere handhaving.

Het toezicht op de verantwoordingsplicht ligt bij de Dienst financieel-Economische Integriteit. Daarbij speelt capaciteit en budget een belangrijke rol.

Geen verplicht faillissement bij betalingsonmacht

In de Kamervragen wordt ook gekeken naar buitenlandse wetgeving, zoals de Duitse plicht om bij betalingsonmacht faillissement aan te vragen. Nederland is hier kritisch over. Volgens de overheid is het moeilijk vast te stellen wanneer zo’n plicht precies zou gelden en brengt dit grote aansprakelijkheidsrisico’s mee voor goedwillende ondernemers.

Wel wordt erkend dat ondernemers tijdig maatregelen moeten nemen en transparant moeten zijn richting schuldeisers. Turboliquidatie blijft daarbij een legitieme en laagdrempelige optie, mits correct toegepast en zonder baten.

Wat betekent dit voor bonafide ondernemers?

De antwoorden op de Kamervragen laten zien dat turboliquidatie als instrument blijft bestaan, maar onder een steeds strenger vergrootglas ligt. Voor ondernemers betekent dit:

  • dat correcte naleving essentieel is;
  • dat transparantie richting schuldeisers verplicht is;
  • dat onzorgvuldig handelen kan leiden tot sancties, waaronder bestuursverboden.

Juist in dit klimaat is het belangrijk dat een turboliquidatie aantoonbaar zorgvuldig wordt uitgevoerd en volledig voldoet aan de wettelijke vereisten.

Conclusie: zorgvuldigheid is geen keuze meer

De overheid erkent de kwetsbaarheid van de turboliquidatieregeling en werkt aan verdere aanscherping. Dat maakt één ding duidelijk: een turboliquidatie moet inhoudelijk kloppen, administratief volledig zijn en juridisch verdedigbaar.

Wie een BV wil beëindigen zonder baten, doet er verstandig aan dit niet op eigen houtje te doen. De enige juiste route is begeleiding door een gespecialiseerde turboliquidatie-specialist die dagelijks met deze wetgeving werkt en de actuele vereisten kent.

Lees hier het originele document van het Ministerie van Justitie en Veiligheid