Minister Dekker

Minister Sander Dekker komt met enkele wetswijzigingen die de positie van schuldeisers verbeteren bij ondernemingen die via een turboliquidatie worden opgeheven. Zo’n liquidatie vindt enkele tienduizenden keren per jaar plaats, schrijft hij aan de Tweede Kamer.

Dekker reageert met de brief o.a. op het verzoek van Kamerlid Van Oosten (VVD), die met een wetsaanpassing wil regelen dat een turboliquidatie alleen nog kan als er geen schulden en baten aanwezig zijn.

Het belang van turboliquidaties

De mogelijkheid van turboliquidatie werd in 1994 ingevoerd en heeft als doel om misbruik van inactieve rechtspersonen te voorkomen en het handelsregister te schonen van inactieve rechtspersonen. Volgens onderzoek van de Belastingdienst blijkt dat reeds bij 80% van de turboliquidaties zowel baten als fiscale schulden ontbreken. ‘Risico op misbruik is mogelijk, maar dit betekent niet dat turboliquidaties veelal malafide zijn of de regeling ongeschikt is. Ik acht het van belang dat de wettelijke mogelijkheid van een turboliquidatie behouden blijft.’ Indien sprake is van een turboliquidatie met achterlating van schulden, verdienen schuldeisers wel beter beschermd te moeten worden. ‘Daarom bereid ik een wetswijziging voor om hen beter in staat te stellen om te beoordelen of er sprake is van benadeling en of zij stappen ondernemen.’

Groei aantal turboliquidaties

Bij een turboliquidatie ontbreekt de formele vereffeningstermijn. Er zijn geen nadere eisen aan de verantwoording over het ontbreken van baten of de afwezigheid van schulden. De turboliquidatie wordt daarom beschouwd als een snelle, eenvoudige en goedkope wijze om een rechtspersoon op te heffen. In 2018 zijn er iets minder dan 37.000 ontbindingsbesluiten geregistreerd, waaronder bijna 33.000 turboliquidaties. ‘Het aantal turboliquidaties is ten opzichte van 2012 in absolute zin toegenomen met ongeveer 10.000 gevallen.’ De minister wil de mogelijkheid in stand houden: ‘Het is van belang dat nieuwe rechtspersonen eenvoudig kunnen worden opgericht en dat deze vervolgens ook eenvoudig zijn op te heffen als de activiteiten worden gestaakt. Dit motief blijft relevant. Het op papier laten voortbestaan van inactieve rechtspersonen brengt immers als risico met zich dat inactieve (lege) rechtspersonen worden opgekocht om als dekmantel te fungeren voor malafide activiteiten.’

Risico is geen bewijs

Zorgen over mogelijk misbruik als er schulden zijn, geven aanleiding om de regeling te bezien. In gemiddeld 80% van de turboliquidaties gaat het om boedels zonder baten en fiscale schulden. Er kunnen nog wel schulden zijn aan derden. ‘Het onderzoek biedt een goede aanzet voor risicoselectie aan de hand van een aantal risico-indicatoren. Maar een mogelijk verhoogd risico vormt geen bewijs dat er malafide gehandeld is. Vaststelling van misbruik is complex, omdat schade en schulden ontstaan door handelingen die voorafgaan aan de ontbinding door turboliquidatie. In het algemeen geldt dat mogelijke risico’s op misbruik van rechtspersonen niet bij voorbaat zijn uit te sluiten.’ Risico’s op financieel-economische misbruik doen zich in principe voor bij alle rechtspersonen en dus ook bij rechtspersonen die zijn betrokken bij een turboliquidatie.

Scherpere verantwoordingsplicht

Het is aan schuldeisers om aan te tonen dat zij benadeeld zijn. Schuldeisers kunnen de rechtbank verzoeken om heropening (artikel 2:23c lid 1BW) van de ontbinding, ook in het geval er geen vereffening heeft plaatsgevonden. Dit blijkt maar zelden te gebeuren. Aangezien schuldeisers niet vooraf worden geïnformeerd, raken zij veelal pas achteraf op de hoogte van het ‘verdwijnen van een rechtspersoon’. Een andere praktische belemmering voor schuldeisers is dat relevante (verantwoordings)informatie ontbreekt. Het bestuur hoeft geen eindverantwoording af te leggen, bijvoorbeeld door middel van het deponeren van een slotbalans.

Minister Dekker is daarom van oordeel dat de rechtsbescherming van schuldeisers verbetering behoeft, indien een turboliquidatie wordt toegepast met achterlating van schulden. ‘Ik stel daarom voor om de verantwoordingsplicht nader aan te scherpen, waardoor de transparantie bij de toepassing van de turboliquidatie wordt vergroot. Dit verbetert de balans tussen de positie van schuldeisers enerzijds en de autonomie van bestuurders en aandeelhouders anderzijds. Ook wordt beter aangesloten bij de waarborgen die gelden voor de ontbinding met een formele vereffening. Dit leidt tot een lastenverzwaring voor rechtspersonen, maar verbetert ook de rechtsbescherming. Tegelijkertijd blijft de belangrijke rol die de turboliquidatie speelt, behouden, zodat rechtspersonen eenvoudig kunnen worden ontbonden.’

Beoogde maatregelen

Dekker wil met een wetsaanpassing het bestuur van turbogeliquideerde ondernemingen verplichten tot het opstellen en deponeren van een slotbalans die vergezeld gaat van een bestuursverklaring waarom baten ontbreken. ‘Indien van toepassing worden deze stukken vergezeld van een slotuitdelingslijst. De slotbalans heeft betrekking op het boekjaar van de turboliquidatie en moet worden gedeponeerd bij het handelsregister.’ Daarnaast moet het bestuur zorgen voor een algemene bekendmaking van de ontbinding zonder vereffening, waarin wordt vermeld dat de slotbalans met de jaarrekening ter inzage liggen bij het handelsregister. Ook moeten vóór de doorhaling van de rechtspersoon in het handelsregister de jaarrekeningen over alle eerdere boekjaren openbaar gemaakt zijn, tenzij daarvoor een ontheffing geldt. ‘Waar een slotbalans toont dat er geen baten meer zijn, bieden de voorgaande jaarrekeningen een belangrijk aanvullend zicht op de vraag of er eerder wel baten waren en zo ja, welk beeld er is van het financieel verloop.’

Met deze maatregelen kunnen schuldeisers zich beter informeren en beter afwegen of zij verzet aantekenen tegen de turboliquidatie of het bestuur van de ontbonden rechtspersoon aansprakelijk stellen. ‘Of schuldeisers dat vervolgens ook willen doen, is een eigen (proceseconomische) afweging.’

Dekker verwacht in de loop van 2020 te komen met een voorontwerp voor wetswijziging.